Feed-aggregator
Albert Heijn breidt AI voor klanten en collega’s verder uit
Albert Heijn gaat zowel klanten als collega’s nog meer helpen en inspireren met nieuwe toepassingen en schaalbare AI, zo laat het bedrijf weten. Met nieuwe AI-functies voor klanten, zoals social shopping, Allerhande-recepten via ChatGPT en eigen AI-agents voor collega’s, wil Albert Heijn de voordelen van AI nog breder beschikbaar maken.
Nieuwe uitbreidingen van de Mijn AH App focussen op social & agentic shopping. Klanten kunnen receptvideo’s van Instagram delen met de Mijn AH App, waarna met behulp van AI recepten worden opgeslagen en boodschappenlijstjes worden gemaakt. Vanaf deze zomer is dit ook mogelijk vanuit TikTok. AI assistent Steijn kan straks, naast het beantwoorden van vragen, ook zelf voorstellen doen op basis van de voorkeuren van klanten. Dankzij geavanceerde (agentic) AI-modellen kunnen klanten straks nog gerichter en makkelijker vragen aan Steijn stellen, bijvoorbeeld over het maken van een boodschappenlijstje voor hun favoriete ontbijt of de perfecte borrelplank voor op een feestje.
Albert Heijn maakt het vanaf deze zomer nog makkelijker om inspiratie op te doen via ChatGPT. Hier kunnen gebruikers straks eenvoudiger zoeken en kiezen met behulp van de ruim 25.000 recepten van Allerhande. Vanuit ChatGPT worden gebruikers doorgestuurd naar de vertrouwde omgeving van de Mijn AH App, waar ze met de recepten aan de slag kunnen. Zo brengt Albert Heijn recepten en kennis waar klanten aan gewend zijn naar de plekken waar zij steeds vaker inspiratie opdoen.
Albert Heijn breidt de inzet van AI ook voor collega’s uit. In de hele organisatie krijgen collega’s toegang tot AI-tools die helpen bij hun dagelijkse werk. In de winkels voeren collega’s wekelijks al ruim 50.000 gesprekken met een AI-assistent. Op het hoofdkantoor zijn voor collega’s slimme AI-tools beschikbaar, met de mogelijkheid om zelf eigen agents te bouwen en te delen in de ‘AH GPT’-omgeving. Inmiddels zijn er elke maand al 3.700 actieve AH GPT-gebruikers, waarvan een kwart al een eigen agent heeft ontwikkeld.
Om collega’s zo persoonlijk mogelijk te helpen, is ‘AI to go’ opgericht: een initiatief voor en door collega’s waarbij gesprekken worden gevoerd over het toepassen van AI in hun werk. Deze week organiseerde AI to go de eerste ‘AI Booth’, een plek waar collega’s samen aan de slag gingen met AI: van eenvoudige prompts tot geavanceerde agentic-uitdagingen. Allemaal om het werken met AI bij Albert Heijn toegankelijker te maken voor collega’s.
Eens per jaar wordt er binnen Albert Heijn nog meer snelheid gemaakt tijdens de 24-uurs Hackathon. Ook deze week hebben AH Technology-collega’s dag en nacht gewerkt om oplossingen te vinden voor concrete problemen of slimme ideeën uit te werken en direct in de praktijk te brengen. De editie van dit jaar stond in het teken van agentic AI. De winnaar was team Etos, met een zelfgebouwde agent die op basis van een selfie en gepersonaliseerde voorkeuren productadvies kan geven.
Alle AI-innovaties bij Albert Heijn worden mogelijk gemaakt door het geavanceerde, in-house ontwikkelde AI-platform. Hiermee worden engineers van Albert Heijn in staat gesteld om schaalbaar, veilig en op basis van verschillende LLM-modellen te werken. Tijdens de DevAI Day bracht Albert Heijn deze week alle engineers samen rond de vraag hoe AI kan helpen om sneller, slimmer en efficiënter software te bouwen.
AI-bots genereren nu meer internetverkeer dan mensen
Websites krijgen nu meer bezoekersverkeer van AI-bots dan van mensen, zo laten internationale cijfers van infrastructuurbedrijf Cloudflare zien.
Topman Matthew Prince van het Amerikaanse bedrijf verwachtte in eerste instantie dat dit omslagpunt pas eind 2027 zou worden bereikt, maar de werkelijkheid haalde zijn voorspelling in.
Cloudflare-cijfers laten zien dat bots verantwoordelijk zijn voor 57 procent van het webverkeer (HTTP-requests) en 34 procent van al het verkeer. Daar wordt dan bijvoorbeeld ook XML en JSON in meegerekend. Die bestandsformaten vinden AI’s lekker om te drinken, omdat dat puur gestructureerde data is zonder grafische schil er omheen.
In Nederland wordt 69 procent van het internetverkeer gegenereerd door bots, zo laten de cijfers zien. Ierland en Iran scoren hoger.
Cijfers uit een andere bron laten zien, dat Claude momenteel de populairste LLM is. In de afgelopen weken vond de omslag plaats waarbij Anthropic de modellen van OpenAI inhaalde. Het bedrijf dat aan de basis lag van de AI-hausse is voor het eerst geen marktleider meer.
Wat de trendkaart van Ramp niet laat zien, is de groeiende populariteit van Chinese AI-modellen zoals DeepSeek, Minimax, Kimi en GLM.
In de marketing- en e-commercewereld houdt men er al rekening mee dat binnen afzienbare tijd niet mensen maar AI-bots de grootste zoekers en shoppers zullen zijn. Zij werken dan in opdracht van hun mens.
Action breidt mobiele app uit met webshop
Tot op heden was de mobiele app van winkelketen Action een veredelde folder, een digitaal kanaal waar je kon kijken maar niet kopen. Daar komt binnenkort verandering in.
Action staat namelijk op het punt een update aan zijn mobiele app uit te rollen die een transactionele component toevoegt. Anders gezegd: er komt een shop in de app.
Medewerkers van het digitale team van de Nederlandse succesformule kondigen de nieuwigheid aan via LinkedIn.
Productmanager Mitchel Hazelebach schetst waarom e-commerce geen vanzelfsprekendheid is. “De Action-app is er in de eerste plaats om klanten te inspireren met ons winkelassortiment en winkelbezoeken te ondersteunen. Die focus op de detailhandel maakt de app relevant. Tegelijkertijd zagen we een kans om extra waarde toe te voegen op een manier die die ervaring aanvult. Door de webshop in de app te integreren, hebben klanten nu ook direct vanuit dezelfde omgeving toegang tot onze online-only aanbiedingen, producten die niet in de winkels verkrijgbaar zijn, maar wel het totale aanbod versterken.”
De website van Action bevat al langer, een jaar of vijf, een ingebouwde webwinkel. Die toont deals die niet in de winkel liggen en online slechts tijdelijk beschikbaar zijn.
Qua e-commerce staat Action bij zijn klanten al jaren niet goed op de kaart. De score bij Trustpilot komt niet boven de 2/5 beoordelingsterren uit. Klachten centreren zich met name op het hinderlijke retourenproces en de inefficiëntie van de klantenservice.
Revolut lanceert Revolut Mobile
Revolut breidt zijn dienstverlening in Nederland uit met een eigen mobiele telecomdienst. Onder de naam Revolut Mobile start de fintech met de uitrol van twee mobiele abonnementen voor Nederlandse klanten. Daarmee begeeft het bedrijf zich voor het eerst op de Nederlandse telecommarkt.
De dienst wordt de komende maanden beschikbaar gemaakt voor de ruim 1,5 miljoen Nederlandse Revolut-gebruikers. Volgens het bedrijf is het de eerste financiële dienstverlener in Nederland die een volwaardige mobiele telecomdienst aanbiedt.
Revolut Mobile wordt volledig beheerd vanuit de bestaande Revolut-app. Klanten kunnen een abonnement binnen enkele seconden activeren, hun huidige telefoonnummer behouden of kiezen voor een nieuw nummer. Daarnaast biedt Revolut de mogelijkheid om een zogenoemd VIP-nummer aan te schaffen dat eenvoudiger te onthouden is.
Voor de mobiele infrastructuur werkt Revolut samen met telecomspecialist 1GLOBAL. De dienstverlening maakt gebruik van eSIM-technologie en biedt dekking in Nederland en andere Europese landen.
Klanten kunnen kiezen uit twee maandelijks opzegbare abonnementen:
* 20GB-abonnement: €9,99 per maand inclusief 20 GB data binnen Nederland en de Europese Economische Ruimte (EER), plus onbeperkt bellen en sms’en binnen Nederland.
* Unlimited-abonnement: €23,99 per maand met onbeperkte data, bellen en sms’en in Nederland, onbeperkt bellen binnen de EER en 40 GB roamingdata binnen Europa.
Ter introductie geldt voor het Unlimited-abonnement tot uiterlijk 14 september 2026 een blijvend tarief van 19,99 euro per maand.
Naast mobiele telefonie biedt Revolut verschillende aanvullende diensten. Zo kunnen gebruikers met één eSIM zowel hun reguliere abonnement als internationale reisopties beheren. Ook bevat elk abonnement een zogeheten Berichtenpas, waarmee klanten in meer dan 140 landen toegang houden tot berichtenapps via een verbinding met beperkte bandbreedte.
Verder ondersteunt Revolut Mobile het gebruik van maximaal drie extra telefoonnummers op één abonnement voor bellen en sms’en. Deze secundaire nummers kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt om werk en privé gescheiden te houden.
Alle abonnementen worden daarnaast geleverd met een inbegrepen NordVPN-abonnement voor extra online privacy en beveiliging. Klanten kunnen bovendien gespaarde RevPoints gebruiken om hun maandelijkse abonnementskosten geheel of gedeeltelijk te betalen.
Volgens Revolut is Mobile ontwikkeld als een zelfstandige productlijn binnen de organisatie. Het telecomproduct maakt deel uit van de strategie om naast financiële diensten ook nieuwe digitale diensten aan te bieden.
Revolut telt wereldwijd meer dan 75 miljoen klanten en verwerkt maandelijks meer dan een miljard transacties.
Roep om lokaal sterke Nederlandse reclamemarkt wordt (nu pas) luider
Misschien is het al te laat, want 83 procent van elke reclame-euro in Nederland gaat naar een VS-techreus. Maar toch dringt het besef door dat dat niet langer kan. Lokale mediapartijen wíllen ook wel anders.
Grote stappen zijn echter niet te verwachten. Niet in het minst omdat dat een forse gedragsverandering vraagt van adverteerders en hun bureaus. En wie wil nou die lekkere vertrouwde techsilo’s inwisselen voor iets ongewis.
Die laatste groep is bovendien niet zelden onderdeel van een internationale groep die meerjarige raamcontracten met de Amerikaanse techreuzen hebben.
Maar elke euro die op de Nederlandse reclamemarkt wordt uitgegeven, komt automatisch niet terecht bij een lokale kleine of grote uitgeverij. Zelfs heel weinig van de budgetten komt maar terecht bij DPG, Talpa, Mediahuis, Roularta en PXR Media.
De leidt tot redactionele kaalslag, wat op zijn minst leidt tot culturele armoede.
Uitgevers en adverteerders zijn zich bewust van deze situatie en werken aan een ommekeer. Eind deze maand, bijvoorbeeld, staat op het festival Cannes Lions de sessie ‘Reclaiming Growth: Europe’s Playbook for the AI-Driven Advertising Era’ op het programma. IAB-econoom Daniel Knapp en Dorine van Mullem van Talpa Media maken tastbaar hoé nijpend de situatie is.
Directeur Saskia Baneke van VIA Nederland, een belangengroep voor digitale mediapartijen, schetst aan Emerce: “Dit onderwerp staat in de hele markt op de agenda’s van directies. Een coalitie van adverteerders, mediabureaus en andere spelers die ernaar streven om minstens een x-percentage uit te geven bij lokale media.”
Dat is een intentie, geen afdwingbare regel. Maar VIA is geen tegenstander van verordeningen of andersoortige regels die een lokaal ecosysteem beschermen.
“DPG, bijvoorbeeld, spreekt over een lokale adserver waar iedereen in mee kan.” Zoiets staat tegenover de praktijk waarbij reclamebudget in een paar Amerikaanse stortkokers worden gekieperd en waarbij algoritmes verder de verdeling en optimalisaties bepalen.
Vanuit Europees perspectief hangt de vlag er in Nederland het slechtst bij, schetst Baneke. Procentueel gezien gaat het meeste reclamebudget naar niet-Europese funnels. “Vanuit het Europese IAB-perspectief”, waar VIA onderdeel van is, “zie je dat landen als Duitsland en Frankrijk eerder begonnen zijn met meer lokale reclamebestedingen. In de board van IAB Europa speelt dit onderwerp al wel twee jaar.”
Foto: James Peacock / Unsplash
Dutch Drone Delta stelt cofinanciering beschikbaar voor nieuwe droneprojecten in Nederland
Dutch Drone Delta (DDD) opent een Call for Proposals voor nieuwe drone-usecases in Nederland. Bedrijven, start- en scale-ups, overheden, wetenschap en regionale samenwerkingsverbanden worden uitgenodigd om voorstellen in te dienen voor concrete toepassingen van onbemande luchtvaarttechnologie met maatschappelijk én economische impact.
Met deze oproep wil Dutch Drone Delta partijen samenbrengen die willen werken aan praktische drone-oplossingen voor maatschappelijke en operationele vraagstukken. De focus ligt op toepassingen die na de testfase kunnen uitgroeien tot praktische drone-oplossingen die ook op andere plekken in Nederland inzetbaar zijn.
Voor de geselecteerde usecases stelt Dutch Drone Delta cofinanciering beschikbaar tot maximaal 25.000 euro per aanvraag. Dit kan bestaan uit financiële ondersteuning, uren, out-of-pocket kosten en begeleiding vanuit het DDD-team. Daarnaast krijgen geselecteerde partijen toegang tot het brede DDD-partnernetwerk.
De eerste ronde richt zich primair op het thema veiligheid en weerbaarheid. Denk aan toepassingen rond toezicht, incidentrespons, kritieke infrastructuur, counter-drone of andere veiligheidsvraagstukken. Voorstellen binnen andere thema’s, zoals zorg, mobiliteit, natuurbeheer en energie, kunnen ook worden ingediend; deze worden in een volgende ronde prioritair behandeld.
Voorstellen kunnen tot en met 31 juli 2026 worden ingediend.
Jeroen Verkroost naar Leaseweb als global CMO
Cloud- en webbedrijf Leaseweb stelt Jeroen Verkroost aan als internationaal hoofd Marketing. Het wordt zijn taak om de golf van belangstellende overstappers uit Amerikaanse clouds naar het Nederlandse bedrijf te geleiden.
Op LinkedIn kondigt Verkroost aan: “Ik ga mijn ruim twintig jaar leiderschapservaring in marketing, media, digitaal en technologie inzetten voor de volgende groeifase en voor de uitbreiding van ons aanbod op het gebied van soevereine cloudoplossingen.”
Het private Leaseweb, een dochterbedrijf van OCOM, beschikt over dertig datacentra wereldwijd, maar voornamelijk in de EU. Het bedrijf wil zich nadrukkelijker profileren als alternatief voor Amerikaanse cloudspelers als Amazon, Google en Microsoft.
Een van de manieren om dat te doen is met de deelname aan het Europese initiatief Important Projects of Common European Interest (IPCEI CIS). Onder dit programma zullen honderd Europese bedrijven uit twaalf lidstaten een gedeelde cloud- en edge-infrastructuur voor Europa opzetten. Het project werd gefinancierd via IPCEI-fondsen, overheidsgelden.
Directe concurrenten in Europa zijn OVHcloud, IONOS, Hetzner, Schwarz Digital en Scaleway.
Een jaar geleden trad mede-oprichter Michiel Zwinkels terug bij Leaseweb om zijn aandacht meer te richten op OCOM. De dagelijkse leiding kwam daarmee in handen van co-CEO’s Svenja de Vos en Lex Boost. In december kwam daar een cro, chef Omzet, in de persoon van Ronald Richardson om de wereldwijde groei en go-to-market-executie te versnellen.
Publieke financiële details van OCOM en diens labels zijn niet beschikbaar.
Google werkt aan Europese ‘digitale ID-kaart’
Google brengt aanstaande zomer een soort digitale ID-kaart uit in Europa waarmee de dragers ervan zich officieel kunnen identificeren.
Het gaat om een evolutie van Google Wallet die men kan gebruiken om zijn identiteit te tonen bij sites, apps en diensten die daar om vragen. Het is niet ondenkbaar dat zo’n ID-app ook in het fysieke domein wordt gebruikt.
De eerste verschijningsvorm van het systeem wordt komende maanden uitgerold met Visa, Checkout.com, Autopay en Adyen in het VK en Polen.
Googles ID-kaart is gebaseerd op een proces waarbij de drager ervan zijn identiteit allereerst heeft bevestigd, bijvoorbeeld door zijn paspoort of ID-kaart van de overheid te tonen. In Duitsland werkt het sinds 2025 met Sparkasse aan een systeem voor leeftijdsverificatie. Daarbij wordt de banks kennis over de klant gebruikt.
De wallet toont enkel persoonlijke gegevens die op dat moment in die ene situatie relevant zijn.
Google legt uit: “Bij het winkelen op veel Europese websites worden consumenten na het klikken op ‘Bestelling plaatsen’ vaak geconfronteerd met complexe beveiligingsprocessen. Deze vereisen extra stappen, zoals het invoeren van een eenmalige toegangscode of het verifiëren van hun identiteit op een andere website. Maar veiligheid mag niet ten koste gaan van gebruiksgemak. Onze vernieuwde functie voor veilige betalingsverificatie (SPA) stroomlijnt deze stappen en biedt tegelijkertijd een nog hoger beveiligingsniveau.”
Begin deze week ging identificatieapp itsme van start in Nederland, met het overgenomen iDIN als zijn kruiwagen. Google en itsme beogen hetzelfde te doen voor de consument.
Foto: Claudio Schwarz / Unsplash
Duitsers shoppen voor 1,3 miljard euro bij Nederlands e-commerce
De Duitse consument kocht in 2025 twaalf procent van zijn online aankopen bij Nederlandse webwinkels. Na China en Frankrijk is Nederland het nummer drie-buitenland, goed voor een handelswaarde van 1,3 miljard euro.
Dat komt naar voren in nieuwe cijfers van belangenorganisatie Handelsverband Deutschland (HDE).
Duits e-commerce was in 2025 goed voor een consumentenomzet van 93,2 miljard euro, een toename van vier procent. Twaalf procent van de uitgaven gaat naar buitenlandse verkopers. De helft gaat naar China, 22 procent naar Frankrijk en 19 procent naar Nederland.
De Duitse consument doet jaarlijks gemiddeld 35 bestellingen en die hebben een gemiddelde orderwaarde van 53,20 euro.
Driekwart van alle e-commerceuitgaven in Duitsland verloopt via Amazon. Daar zit weinig beweging in. Sterker nog, het aantal fysieke winkels met een eigen webshop daalt een beetje. Eerder was dat 45 procent, nu veertig procent.
Tot de groep ‘Andere Marktplätze’ behoort naast bijvoorbeeld eBay, Zalando/About You en Otto ook TikTok Shop. Dat is een klein half jaar actief in Duitsland. Te kort om zichtbare impact te maken, lang genoeg om de eerst shoppers te hebben geholpen.
Negen procent van de ondervraagden heeft al reeds een of meerdere aankopen gedaan bij TikTok Shop. Dat vertegenwoordigt een handelswaarde van 220 miljoen euro. In Nederland is dat de jaaromzet van bijvoorbeeld H&M, MediaMarkt, Amazon Nederland of de Bijenkorf.
VIA Nederland naar Cannes Lions
Van 22 tot en met 25 juni ligt de clipper Stad Amsterdam voor anker in de baai van Cannes als uitvalsbasis voor de Nederlandse creatieve industrie tijdens het Cannes Lions Festival. Aan boord bespreekt men onder meer hoe Nederland weer de controle moet terugkrijgen over de lokale media- en reclamewereld.
VIA Nederland organiseert in samenwerking met Amsterdam Trade & Invest en de Gemeente Amsterdam een vierdaags programma aan boord, gericht op de internationale positionering van de Nederlandse creatieve en digitale industrie.
De driemaster fungeert in Cannes als ontmoetingsplek voor bureaus, merken, technologiebedrijven, investeerders en jong talent, met als inhoudelijke rode draad de thema’s waarmee de sector nu worstelt: AI, duurzaamheid, branding-effectiviteit en de toekomst van creatieve economieën.
Woensdag is inhoudelijk het zwaarste qua programmering. Dan staat de sessie ‘Reclaiming Growth: Europe’s Playbook for the AI-Driven Advertising Era’ op het programma, met onder meer Daniel Knapp van IAB Europe en Dorine van Mullem van Talpa Media. De vraag hoe Europa zijn eigen antwoord formuleert op de dominantie van Amerikaanse en Chinese techplatforms staat daarin centraal. Eigenlijk al veel te laat, nu techreuzen al 83 procent van de Nederlandse reclamebudgetten ontvangen.
Foto: Maryland GovPicsd (cc)
Huispedia lanceert ‘Collectieve AI’ tegen emotioneel overbieden
Woningplatform Huispedia lanceert Huispedia Intelligence. Dit collectieve AI-systeem functioneert als een digitaal beschermschild voor consumenten die zonder professionele begeleiding door ‘emotioneel overbieden’ op dit moment gemiddeld 41.000 euro te veel betalen voor hun huis.
Uit data-analyse van Huispedia blijkt dat zeven op de tien Nederlanders hun woning zonder aankoopmakelaar kopen. Tegelijkertijd mist 40 procent van de zoekers nieuw aanbod omdat het te laat wordt gesignaleerd. Na meerdere misgelopen biedingen slaan verliesaversie en fear of missing out toe. Het resultaat: consumenten betalen in biedoorlogen regelmatig tienduizenden euro’s meer dan de feitelijke marktwaarde.
“Het duurste probleem op de woningmarkt zit tegenwoordig niet in de data, maar in het menselijk gedrag onder druk,” zegt Maxim Bours, CEO van Huispedia. “AI-toepassingen in de vastgoedsector worden nu nog vaak getraind op historische transactieprijzen uit een overspannen markt. Daarmee automatiseer je uiteindelijk dezelfde marktverstoring waar consumenten al last van hebben. Je moet AI juist proactief bij elke beslissing gebruiken om menselijke fouten tijdens het koopproces te voorkomen.”
De ontwikkeling in de vastgoedsector vertoont sterke gelijkenissen met andere AI-verschuivingen in de fintech en e-commerce: systemen organiseren niet langer uitsluitend statische informatie, maar analyseren realtime gedrag. Deze trend speelt breed in Europa. Zo kondigde de Duitse vastgoedgigant ImmoScout24 recent een investering van circa 400 miljoen euro aan in een AI-gedreven infrastructuur. Waar dergelijke internationale initiatieven zich richten op procesautomatisering aan de achterkant (b2b), verschuift Huispedia de focus nadrukkelijk naar de consumentenkant.
Het systeem van Huispedia scant inmiddels continu meer dan 5.000 bronnen en combineert harde marktdata met gedragsfeedback van miljoenen gebruikers. Door te leren van diep consumentengedrag, documentanalyses en lokale marktdynamiek, ontstaat een vorm van ‘collectieve intelligentie’. Dit brengt kennis samen die traditioneel versnipperd zat bij aankoopmakelaars, taxateurs en juristen – zoals expertise over biedstrategieën, erfpachtrisico’s en de status van VvE-reservefondsen. Consumenten delen wat opvalt bij een bezichtiging en laten via het systeem realtime risicoanalyses uitvoeren op complexe documenten (zoals bodemonderzoeken en erfpachtaktes). Zo worden biedadviezen niet alleen op lokaal biedgedrag gebaseerd, maar ook op basis van de specifieke woning en het gedrag van de individuele consument.
Huispedia waarschuwt dat wanneer AI-systemen alleen maar worden getraind op historische transactiedata, de huidige marktverstoring simpelweg wordt geautomatiseerd. Dit kan de vastgoedketen verder ontwrichten. Met de introductie van haar ‘Collectieve AI’ verwacht het platform de marktstandaard fundamenteel te verleggen: van het uitsluitend ontsluiten van data naar het proactief beheersen van gedragsrisico’s tijdens het koopproces. Traditionele woningsites die louter fungeren als etalage voor woningaanbod, zijn hiermee direct achterhaald.
‘Grootste shoppers in e-commerce worden AI-agents’
De tijd van uren googlen voor een online aankoop raakt voorbij. Zoekopdrachten worden langer, meer woorden. Search verschuift naar conversational. De daarop volgende fase is de shoppende AI-agent die werkt voor zijn baas, de consument.
Dat beeld komt naar voren in de presentaties van Stijn Bergmans van marketingspecialist Follo en onafhankelijk search- en contentexpert Chantal Smink. Los van elkaar deelden zijn vorige week op Emerce E-commerce Live! een vergelijkbare visie.
Smink: “In de conversational context”, waarin we nu chatten met ChatGPT, “zie je nog een handjevol zoekresultaten. In een agentic omgeving is er nog maar één zoekresultaat.” De AI-butler heeft ál het voorwerk en de selecties al gedaan. “Maar vergeet niet, Google en OpenAI zijn er niet voor jou maar voor zichzelf.”
Bergmans prikkelend naar zijn publiek: “Wat als Google helemaal niet meer bestaat en er alleen nog maar AI-search is?”
In beide gevallen is het voor een bedrijf, webwinkel of andere dienstverlener zaak om nu al te beginnen met het optimaliseren van zijn zichtbaarheid in AI-zoekmachines.
De Follo-specialist vervolgt: “Je moet agents in de ontdekkingsfase al overtuigen. Dat is 99 procent van het proces. De uiteindelijke aankoop is die ene laatste procent.”
Daarbij hecht hij weinig waarde aan AI-visibilitytrackers. “Die geven ook maar een getal. Leuk voor de directie, maar het zegt verder niets. Ik wil weten hoe ónzichtbaar een merk is, want dat is waar je lekt naar de concurrent. Anders gezegd: als je keywords dertig procent AI Overviews triggeren, ben je in zeventig procent onzichtbaar.”
De productpagina van een webwinkel is belangrijker dan ooit. Het is dé databron. Bergmans raadt marketeers aan het oude handwerk op te pakken: “Doe reach-outs naar externe sites. Kom op lijstjes, doe aan PR en linkbuilding. Alles om onzichtbaarheid via een contextueel relevante route te verdrijven.”
In de wereld van Smink klinkt dat net iets anders. “Maak non-commodity content, geen uitgekauwde zaken en thema’s die al in de LLM zelf zitten. De kansen liggen bij de content die níet in de LLM’s zitten, waarvoor ze het web op moeten. Je moet onmisbaar worden voor bots, de volledigste en bekendste zijn in jouw omgeving. Een merk met een goede productfeed.”
Digitale merkbekendheid betekent in deze context om een brede waaier van contentvormen te ontwikkelen. Werkend vanuit een merkidentiteit moet een bedrijf een constante stroom van tekst, audio, fotografie en video ontwikkelen en publiceren. Dit om de zichtbaarheid en informatiewaarde zo groot mogelijk te maken.
In de belevingswereld van de consument is agentic commerce overigens nog een ver toekomstbeeld. Het DHL E-Commerce Trend-rapport 2026 vroeg hier namelijk expliciet naar. Daaruit blijkt, dat 42 procent van de consumenten helemaal niet zit te wachten op een AI-bot die voor hen winkelt. Slechts achttien procent ziet het wel zitten. Argwaan is hiervoor de reden, niet de techniek an sich. De shopper vreest opdringerige upselling, misinterpretatie van zijn zoekvraag en schending van zijn privacy.
Op verzoek van Emerce deelt internationaal digital marketingbureau Incubeta generieke cijfers over de schijnbare tegenstelling tussen SEO en GEO. Alhoewel, Jessica Jacobs bevestigt het volmondig. “Zoekmachines zijn officieel losgekoppeld. Traditionele SEO draait om concurrentie om positie, GEO om concurrentie om in de zoekresultaten te verschijnen.”
Over gevestigde merken: “Hier is behoud van de nummer 1-positie in Google leidend, maar lijden ze een daling van maximaal dertig procent in AI-overzichten, belangrijke zoekopdrachten met een hoge intentie.” De digitale opkopers, die geen SEO-legacy hebben, werken anders. Jacobs: “Hun domeinautoriteit ligt onder de vijftig, pagina twee of drie van Google. Toch behalen ze tot wel 45 procent van de primaire citaties in AI-zoekmachines voor conversationele zoekopdrachten.”
Moeder easyJet lanceert EU-marktplaats easyShop
EasyGroup, eigenaar van de internationale easy-franchise, lanceert in samenwerking met technologiebedrijf OnBuy de internationale marketplace easyShop. Ergens tussen de zomer en begin oktober, want “voor het piekseizoen”, gaan ze live in 21 Europese landen.
De aankondiging door de twee Engelse bedrijven is verder bijzonder mager wat details betreft. Vast staat dat het domein easyShop.com is.
In een persbericht kondigen de partijen aan: “als onderdeel van de samenwerking is een substantiële langetermijninvestering overeengekomen om easyShop te positioneren als een betekenisvolle nieuwe marketplace.” Dat houdt in, dat ze het een paar jaar de tijd geven zonder er al te hoge ambities aan te verbinden.
Dat laatste spreekt ook uit de toewijding van easyGroup. “[We kunnen] online retail betreden via een modern, asset-light model.” OnBuy levert de marketplace-expertise, de easy-groep geld en kennis over internationalisering.
Belangstellende verkopers kunnen zich melden, maar de twee initiatiefnemers vertellen niet welke categorieën producten ze willen gaan verkopen. OnBuy zelf is een platform waar merken van alles verkopen, van speelgoed en fotocamera’s en iPhones.
Omoda neemt Wehkamp over
Omoda neemt Wehkamp voor een onbekend bedrag, wat na elf jaar een exit betekent voor de Engelse durfinvesteerder Apax.
Met de transactie ontstaat een brede retailorganisatie, met daarin de merken Omoda, Assem, Wehkamp en kleertjes.com. Deze bedienen het premium- als het middensegment, online én offline.
Een overnamebedrag is niet bekendgemaakt.
Gezamenlijk rapporteren deze bedrijven een omzet van rond de 640 miljoen euro.
Omoda Brands, zoals de overkoepelende groep heet, heeft 62 fysieke winkels in portefeuille.
Het voornemen is de distributie van alle merken op termijn te bundelen in het distributiecentrum van Wehkamp in Zwolle, dat ruim 140.000 m2 beslaat.
In een persbericht zeggen het Zeeuwse familiebedrijf uit Zierikzee: “De combinatie zal één van de grootste Nederlandse fashion & lifestyle-retailers worden, waardoor de groep kan concurreren met bestaande internationale platforms. Waar Assem met name het premium segment van de markt bedient en Omoda het midden-hoog segment, wordt door de toevoeging van Wehkamp het gehele middensegment bediend, met naast fashion ook beauty-, sport- en home & living. Kleertjes.com is de grootste gespecialiseerde webshop in kinderkleding en kinderschoenen en biedt daarnaast een breed assortiment aan aanverwante artikelen gericht op kinderen zoals speelgoed en producten voor de kinderkamer.“
Onze.nl lanceert beldienst met ingebouwde AI-assistent
Onze.nl integreert naar eigen zeggen als eerste aanbieder AI standaard in het bel abonnement integreert. Na elk telefoongesprek ontvangen klanten automatisch een samenvatting, actiepunten en agenda-afspraken in hun mailbox. Een aparte app is niet nodig.
Onze.nl is een reguliere telecomaanbieder waar je een mobiel abonnement kunt afsluiten, maar het grote verschil is dat er een AI-functie zit ingebouwd. Zodra een klant van Onze.nl een telefoongesprek beëindigt, verwerkt een AI-model het gesprek en stuurt een gestructureerd verslag per e-mail. Dat verslag bevat een samenvatting van het gesprek, concrete actiepunten en eventuele afspraken die direct aan de agenda kunnen worden toegevoegd.
Activatie verloopt volledig via eSIM en is binnen enkele minuten afgerond. Klanten hoeven geen extra software te installeren: alles komt binnen via de bestaande mailbox. Abonnementen, inclusief Onze AI, starten vanaf 9,95 euro voor onbeperkt bellen en SMS en zijn maandelijks opzegbaar.
Omdat het product draait om het verwerken van telefoongesprekken, heeft Onze.nl de privacy-architectuur als uitgangspunt genomen bij het ontwerp. De volledige juridische architectuur rond gespreksopname en AI-verwerking is ontworpen conform de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
Onze.nl verwerkt uitsluitend de gesprekszijde van de eigen klant, en alleen wanneer die daar expliciet toestemming voor heeft gegeven. De gesprekspartner aan de andere kant van de lijn wordt niet opgenomen. Alle gespreksdata wordt verwerkt en opgeslagen binnen de Europese Unie, en wordt niet doorverkocht aan derden.
“De telecomsector verkoopt al jaren belminuten en data, maar de echte waarde van een telefoongesprek zit in wat er besproken wordt”, zegt Sibbe Jan Noppert, oprichter van Onze.nl.
Foto Torsten Dettlaff (cc)
GDMA International Email Benchmark 2026 toont verschuiving in verzendstrategie
Uit de deze week gepubliceerde GDMA International Email Benchmark 2026 blijkt dat marketeers e-mailcampagnes steeds vaker spreiden over het jaar, in plaats van te leunen op gebruikelijke piekmomenten.
De benchmark wijst uit dat e-mailcampagnes steeds meer ‘over het jaar’ worden verspreid. Waar Q4 in eerdere jaren duidelijke piekmaanden waren door Black Friday- en eindejaarscampagnes, was het verzendvolume in 2025 gelijkmatiger verdeeld.
Wereldwijd loopt de verzendpiek inmiddels vanaf juli en neemt het aandeel campagnes richting november en december iets af. In Nederland blijft de periode vanaf 1 oktober een belangrijke, maar ook hier verschuift de mailstrategie naar een meer jaarronde aanpak.
Door campagnes meer te spreiden proberen organisaties minder afhankelijk te zijn van piekmomenten en op meer momenten relevant aanwezig te zijn in de inbox van consumenten.
Ook in de keuze voor verzenddagen is een verandering merkbaar. Wereldwijd worden campagnes vaker op dinsdag én donderdag verstuurd, waar donderdag eerder de belangrijkste verzenddag was. Bovendien neemt het aandeel ‘campagnes’ in het weekend toe.
Nederlandse marketeers zijn hierin terughoudender. Hoewel dinsdag de afgelopen jaren populairder is geworden, blijft donderdag de belangrijkste verzenddag.
Ook is in Nederland een verschuiving zichtbaar in verzendtijdstippen. In 2025 werden de meeste campagnes verstuurd tussen 10.00 en 12.00 uur, terwijl verzendingen voorheen vaker verspreid waren over de vroege ochtend (7.00–9.00 uur) en vroege avond (19.00 uur).
De Nederlandse Acceptance Rate (99,3% AR) en Click to Open Rate (11,7% CTO) bleven in 2025 vrijwel gelijk aan vorig jaar. Tegelijkertijd herstelde de Unique Open Rate (OR) met 2,5 procentpunt tot 48,9%, terug op het niveau van 2023. Ook de Click Through Rate (CTR) steeg licht naar 6,2%.
Wereldwijd stabiliseren de resultaten eveneens. De AR bleef met 98,6% stabiel, terwijl de OR (34,2%) terugkeerde naar het niveau van 2023. De CTO (7,7%) en CTR (3%) laten licht herstel zien. Consumenten lijken commerciële e-mails weer vaker te openen en na ontvangst ook iets vaker door te klikken, waarbij inhoud en relevantie bepalend blijven voor engagement.
Van eindejaarspiek naar always-on e-mailstrategie
Op 11 juni zullen de eerste uitkomsten van de GDMA International Email Benchmark 2026 toegelicht worden door Robin de Wouters van GDMA op de EMAS in Circa Amsterdam. Tijdens EMAS 2026 delen internationale experts en merken de nieuwste inzichten op het gebied van e-mail en marketing automation.
Softbank: 75 miljard voor bouw Franse AI-datacentra
Japans waardevolste bedrijf Softbank, een grote techinvesteerder, trekt 75 miljard euro uit om in Frankrijk datacentra te bouwen met een vermogen van 5 gigawatt.
Meer dan de helft wordt aangelegd in de regio halverwege tussen Parijs en Wallonië, de regio Hauts-de-France.
Softbank sloot reeds samenwerkingen met energiebedrijven om zich te vergewissen van stroom om de AI-chips maximaal te laten draaien.
Ter vergelijking: OpenAI beschikt naar schatting nu over 1,9 gigawatt, xAI iest minder en Anthropic heeft een contractueel pad naar 5 GW middels een samenwerking met Amazon.
Tegen de tijd dat de AI-datacentra in Frankrijk live zijn (2031), zitten deze reuzen vermoedelijk ruim over de tien of wellicht gigawatt aan capaciteit.
Niettemin legt het Japanse investeringsplan een stevige bodem onder Europese infrastructuur. Wie de huurders worden, is nog niet bekend.
Foto: Wim van ’t Einde / Unsplash
Emerce Research: 70% webshops biedt BNPL, naderende regelgeving voert druk op de markt op
Met aanwezigheid bij bijna driekwart van de Nederlandse webshops is achteraf betalen in enkele jaren uitgegroeid van een randverschijnsel tot een vast onderdeel van de Nederlandse webwinkelmarkt. Adoptie per sector, promotie van de mogelijkheid en strategie van aanbieders verschillen echter. Dit en meer is te lezen in een nieuw rapport dat Emerce vandaag heeft gepubliceerd.
Door onderzoek op basis van zo’n 1.500 Nederlandse webshops brengt Emerce in kaart welke Buy Now, Pay Later-aanbieders (BNPL) het speelveld bepalen, hoe de adoptie per sector verschilt en hoe en waar BNPL wordt getoond. Met daarnaast aandacht voor de strategische koers die de grootste partijen varen en welke invloed toekomstige regelgeving zal hebben.
Uit het onderzoek blijkt onder andere dat het gros van de shops (70%) BNPL-aanbiedt, maar dat dit veelal niet prominent wordt gepromoot op de homepage. En dat de adoptie uiteenloopt van 80% in Gezondheid & Verzorging tot 46% in Cadeaus & Bloemen.
Ondertussen markeert CCD2 een kantelpunt voor de hele markt. De nieuwe regelgeving (vanaf 20 november 2026) brengt BNPL onder het kredietregime en zet de frictieloze checkout onder druk, met mogelijke gevolgen voor de conversie.
Het volledige rapport vind je hier en is vrij te downloaden met een Emerce for teams-abonnement.
Europees Parlement vervangt Google door Franse zoekmachine Qwant
Het Europees Parlement gaat Google vervangen door de Franse zoekmachine Qwant als standaardzoekmachine op de computers van medewerkers en parlementariërs. De wijziging maakt deel uit van een bredere strategie rond digitale soevereiniteit en betere bescherming van persoonsgegevens.
Volgens een interne mededeling aangehaald door Heise zullen zoekopdrachten die via de adresbalk van browsers zoals Firefox en Edge worden uitgevoerd voortaan standaard via Qwant verlopen. Gebruikers behouden echter de mogelijkheid om zelf een andere zoekmachine te kiezen of hun instellingen aan te passen.
Het Parlement omschrijft Qwant als een privacygerichte Europese zoekmachine die gebruikers niet volgt en geen persoonlijke gegevens verzamelt. De overstap past binnen Europese inspanningen om minder afhankelijk te worden van grote Amerikaanse technologiebedrijven en meer controle te krijgen over digitale infrastructuur.
De beslissing komt op een moment waarop binnen Europa steeds vaker wordt gesproken over digitale onafhankelijkheid en het stimuleren van Europese alternatieven voor dominante Amerikaanse platforms.
